Wijzigingen regelgeving bemalingen

Wijzigingen regelgeving bemalingen

Bij een hoge waterstand kan het bij grondwerken noodzakelijk zijn om tijdelijk een bemaling in te zetten. Aan een bemaling zijn er echter heel wat voorwaarden gekoppeld. De volledige wetgeving is terug te vinden in hoofdstuk 5.53 van Vlarem II. Hieronder worden enkele belangrijke punten toegelicht.

Melding of vergunning bemaling

Of er een melding of vergunning nodig is voor een bemaling die technisch noodzakelijk is voor ofwel de verwezenlijking van bouwkundige werken, ofwel de aanleg van openbare nutsvoorzieningen hangt van 3 factoren af: het gebied van de geplande bemaling, het lozingsdebiet en de voorziene verlaging van het grondwaterpeil.

Bij bronbemaling met een netto opgepompt debiet van:

maximum 30.000 m³/jaarKlasse 3
Meer dan 30.000 m/jaar en de verlaging van het grondwaterpeil:
wordt beperkt tot maximaal 4 meter onder het maaiveld
Klasse 3
bedraagt meer dan 4 meter onder het maaiveldKlasse 2

Bij bronbemaling in beschermde duingebieden, groengebieden, natuurontwikkelingsproject, parkgebied of bosgebied, gelden er strengere regels, dit dient geval per geval bekeken te worden.

Bij bemaling van meer dan 2.500 m³/dag wordt dit een klasse 1 rubriek en is er een MER-ontheffingsdossier nodig.  Als het project gelegen is in, of een aanzienlijke invloed kan hebben op beschermde duingebieden e.d., wordt de activiteit al een klasse 1 vanaf 1.000 m³/dag

Aandachtspunten:

Bij de aanvraag van een bemaling wordt door de VMM een bemalingsstudie opgevraagd (zowel bij klasse 1, 2 als 3).  De VMM heeft nieuwe richtlijnen gepubliceerd hierover. Hierin staat dat een melding/omgevingsvergunning pas kan aangevraagd worden nadat en degelijke studie is gemaakt; In die studie dienen ook zeker grondwater/bodemvervuilingen in de buurt nagekeken te worden en moet het risico ingeschat worden dat deze vervuiling wordt aangetrokken bij de bemaling. Ook een goede onderbouwing van het op te pompen debiet is noodzakelijk. Daarnaast moeten o.a. zettingen bepaald worden, en moet rekening gehouden worden met bijzonder beschermde gebieden en verzilte gebieden. Als er aanwijzingen van verontreinigingen zijn, moeten deze tijdens de bemaling gemonitord worden.  De nieuwe richtlijnen zijn uitgebreid en bespreken onder meer ook de nazorg.

De richtlijnen zijn terug te vinden via https://www.vmm.be/water/heffingen/richtlijnen-bemalingen-ter-bescherming-van-het-milieu

Bij de aanvraag van een klasse 1 of klasse 2 bemaling (rubriek 53.2, rubriek 53.4 of rubriek 53.5) dient ook altijd minstens een uitgebreide effectbeoordeling (MER-screening) te gebeuren.

Met uitzondering van bronbemalingen door middel van vacuümpompen, moet het grondwaterpeil zowel bij de winning in rust als in werking steeds gemeten kunnen worden. Daarom wordt er in elk boorgat een rechte onvervormbare peilbuis geplaatst met een binnendiameter van ten minste 18 mm.

Er moet ook steeds verplicht een geijkte debietsmeter worden voorzien. De specifieke types zijn terug te vinden onder artikel Artikel 5.53.3.2. van Vlarem II. Elke verwijdering en terugplaatsing van een debietsmeter moet onmiddellijk meegedeeld worden aan de toezichthouders. De stand van de meter wordt bij het wegnemen en terugplaatsen genoteerd in een register

Lozen bemalingswater

Onttrokken grondwater (zuiver of behandeld) bij een bronbemaling moet zoveel mogelijk in dezelfde watervoerende laag, buiten de onttrekkingszone, worden ingebracht.  Indien dit technisch onmogelijk is mag het water geloosd worden.  Bij voorkeur wordt dit dan geloosd in een nabijgelegen waterloop of de regenwaterafvoer van de gescheiden riolering. Indien dit niet mogelijk is, kan er geloosd worden op de openbare riolering.  Bij meer dan 10 m³/uur is een schriftelijke toestemming van Aquafin nodig (https://www.aquafin.be/nl-be/particulieren/verbouwen/water-wegpompen/procedure-voor-het-lozen-van-bemalingswater ).  Indien het bemalingswater geen zuiver grondwater maar afvalwater betreft, zijn bijkomende voorwaarden van toepassing.

Bij lozingen op de riolering van meer dan 10m³/uur of langer dan 6 maanden, dient een heffing op de waterverontreiniging betaald te worden.

Wanneer is het bemalingswater verontreinigd, en dus bedrijfsafvalwater?

Verontreinigd bemalingswater is bemalingswater met een concentratie gevaarlijke stoffen (GS), vermeld in Vlarem II bijlagen 2B en 2C, hoger dan het indelingscriterium (IR), zoals opgenomen in Vlarem II bijlage 2.3.1. Ook het aandeel zwevende deeltjes en bezinkbare deeltjes in het te lozen water moeten onderzocht worden. Vervolgens moet bekeken worden of het opgepompte bemalingswater verzilt is (TDS > 1500 ppm).

Indien bemalingswater ≠ bedrijfsafvalwater

 Voor het lozen van het zuiver bemalingswater is geen melding of vergunning nodig. Er dient wel voldaan te worden aan de voorwaarden van het Vlarem. Daarin wordt onder meer bepaald dat het water in eerste instantie zoveel mogelijk terug in de bodem moet worden ingebracht.

Indien het bemalingswater niet verontreinigd, maar wel ‘verzilt’ is, wordt eveneens bij voorkeur geretourneerd. Daarbij moet rekening gehouden worden dat het bemalingswater wordt geretourneerd in een grondwaterlichaam met een evenwaardig zoutgehalte.

Bij het lozen in oppervlaktewater gebeurt dit steeds in overleg met de beheerder van dit oppervlaktewater.

Indien bemalingswater = bedrijfsafvalwater

Voor het lozen van het afvalwater is steeds een melding of vergunning nodig. Dit hangt af van de eventuele zuivering, het totale netto-debiet en de aanwezigheid van eventuele gevaarlijke stoffen (zie hoger).

Bij het lozen van afvalwater, zonder behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, met een debiet:

Tot en met 2 m³/uurKlasse 2
Van meer dan 2 m³/h tot en met 100 m³/hKlasse 2
Van meer dan 100 m³/hKlasse 1

Het lozen van afvalwater, met behandeling in een afvalwaterzuiveringsinstallatie, met een debiet:

Tot en met 5 m³/uur
Als het effluentwater geen hogere concentratie van gevaarlijke stoffen dan vermeld in artikel 3 van Bijlage 2.3.1 van Vlarem II bevatKlasse 3
Als het effluentwater een of meer gevaarlijke stoffen in een hogere concentratie dan vermeld in artikel 3 van Bijlage 2.3.1 van Vlarem II bevatKlasse 2
Van meer dan 5 m³/h tot en met 50 m³/hKlasse 2
Van meer dan 50 m³/hKlasse 1

Indien het afvalwater enkel wordt behandelt in de afvalwaterzuiveringsinstallatie, maar daarna niet wordt geloosd (vb. opnieuw infiltreren of gebruiken in productie), gelden dezelfde debieten en klassen.

Lozingsnormen

Voor het lozen van bedrijfsafvalwater gelden er algemene lozingsnormen (Vlarem II, hoofdstuk 4.2).  Deze zijn opgesplitst in lozen in oppervlaktewater en lozen in de riolering (riolering die naar RWZI gaat). Bijkomend gelden er ook de basismilieukwaliteitsnormen, waar geen onderscheid gemaakt wordt waar er geloosd wordt.

Naast de algemene normen zijn er ook nog de basismilieukwaliteitsnormen.

Indien het bedrijfsafvalwater gevaarlijke stoffen als bedoeld 2 C van Vlarem II bevat, maar in lagere concentraties dan de concentraties vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen) van artikel 3 van bijlage 2.3.1 van Vlarem II, mag dit geloosd worden zonder extra voorwaarden.

Indien het bedrijfsafvalwater gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage 2C van Vlarem II bevat, in hogere concentraties dan de indelingscriteria, vermeld in de kolom “indelingscriterium GS (gevaarlijke stoffen)” van artikel 3 van bijlage 2.3.1 […], mogen enkel die stoffen worden geloosd waarvoor in de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit emissiegrenswaarden zijn vastgesteld.

Bij het lozen in oppervlaktewater kunnen door de vergunningverlenende overheid extra normen opgelegd worden zodat de algemene kwaliteitsnormen per type ontvangend water niet in het gedrang komen.

Info nodig voor de opmaak van de melding/vergunning

Voor de opmaak van de melding/vergunning is in eerste instantie een goede bemalingsstudie nodig, dit volgens de richtlijnen van VMM (zie hoger).

Ook volgende gegevens zijn nodig:

  • Exacte locatie
  • Totale uurdebiet en jaardebiet
  • Onderbouwing aangevraagde debiet en bepaling zettingsrisico (berekeningswijze, normaal opgenomen in bemalingsstudie)
  • Beschrijving van de lozing, of het om vervuild/niet vervuild water gaat
  • Indien vervuild: lozingsparameters
  • Info per type bemaling (per grondwaterlaag)
    • Type,Diepte
    • verlaging grondwaterpeil en hoe dit is berekend (normaal opgenomen in bemalingsstudie)
    • watervoerende laag, aantal putten uur-en jaardebiet
    • (verwachte) aanlegdatum + duur van bemaling
  • Plan met bemaling en lozingspunt(en)

Aanvraagprocedure

 De aanvraag voor zowel de melding klasse 3 als de vergunning klasse 2/1 gebeurt verplicht digitaal via het Omgevingsloket.  Een klasse 1 aanvraag moet ingediend worden bij de provincie, klasse 2 en 3 bij de gemeente.

Na het indienen van de aanvraag klasse 1 of 2 is er een termijn van 30 dagen om het dossier volledig en ontvankelijk te verklaren. Daarna start de werkelijke proceduretermijn.

Voor een klasse 1 bedraagt deze proceduretermijn 120 dagen.  Voor een klasse 2 is dit 105 dagen.  Na het ontvangen van het besluit dient dit aangeplakt te worden.  De omgevingsvergunning mag pas in gebruik genomen worden 35 dagen na het aanplakken van het besluit.

Na het indienen van een melding klasse 3 heeft de gemeente 30 dagen om een meldingsakte te betekenen. De dag na de betekening mag de meldingsplichtige activiteit opgestart worden.

In het verzameldecreet is opgenomen dat de termijn voor een klasse 3 in de toekomst 20 dagen wordt (enkel voor IIOA). Het dossier wordt dan ook stilzwijgend goedgekeurd in plaats van stilzwijgend geweigerd zoals nu het geval is. De datum van inwerkingtreding is nog niet gekend.

Een aanvraag voor de bemaling moet in principe al meegenomen worden in de algemene Omgevingsaanvraag (bouw-milieu).  Indien er echter nog te weinig details geweten zijn voor de bemaling, bv diepte of duur….kan hierop een uitzondering gemaakt worden en kan de bemaling aangevraagd worden voor de werken starten.  Hierbij dient er wel rekening gehouden te worden met de beslissingstermijnen van de aanvragen.  Men mag de bemaling pas opstarten na de ontvangst van de vergunning.

Het kan nuttig zijn om bij grote werven een aantal andere vergunnings-of meldingsplichtige activiteiten mee aan te vragen met de bemaling: bv opslag gevaarlijke producten (diesel), generatoren, stallen van werfvoertuigen…



Antwerpen
Kontichsesteenweg 38
B-2630 Aartselaar
T +32 (0)3 871 09 10
F +32 (0)3 871 09 01

Brussel
Keizer Karellaan 292
B-1083 Brussel
T +32 (0)2 800 00 20
F +32 (0)2 469 43 86

Gent
Derbystraat 55
B-9051 Gent (SDW)
T +32 (0)9 242 88 66
F +32 (0)9 245 23 51

Hasselt
Mevrouwhofstraat 1a
B-3511 Hasselt
T +32 (0)11 89 10 00
F +32 (0)11 32 43 23

Namêche
Rue Haigniaux 23
B-5300 Namêche
T +32 (0)81 25 32 50
F +32 (0)81 74 15 33

Roeselare
Izegemstraat 60A
B-8800 Roeselare
T +32 (0)9 242 88 66
F +32 (0)9 245 23 51